Uitbreidingen op deze site kun je mailen naar: Gerard 

Nieuw: (Alle inzenders bij deze bedankt)

ASAP!, As Soon As Possible, dus zo snel mogelijk. Wordt meestal op dwingende toon uitgesproken.

Standaarduitdrukkingen:

Zo, loop je weer te "Aasgieren"..... Zo noemden koks en Botteliers lui die een babbeltje kwamen maken rond etenstijd en het eten roken....

Een achtertros zetten, Grote boodschap doen

Achteruit zeilen, de toestand verslechtert

Achterzeilen: te laat komen

Action Snack. Snelle hap tijdens een oefening vooral 's avonds

Adelborst. Officier in opleiding aan het KIM.

afknijpen, iemand het leven zuur maken

afnokken, stoppen

Afsplitsen. Een ander de klus laten doen

Aftrap. Einde

Aftrap werkzaamheden. We stoppen ermee.

Afwas doen.  Nabespreking doen (van een workshop bijvoorbeeld).

Ajam. Maleis voor kip, dus: 'Hebben, die ajam!', hebben, die kip!

AJKKB, Alle Jezus Klein Kut Bootje. Alles tussen een roeiboot en een patrouillevaartuig.

AJOE, Alle Jezus Ouwe Eén. Matroos eerste klas met een respectabele leeftijd.

Al, (Maleis) kort voor "Dat heb ik al gedaan" of "Dat is al gebeurd.

Allemansend - stuk touw aan de scheepsbel, soms fraai, kunstig gesplitst. Heel vroeger in de tijd van de houten schepen was een allemansend iets heel anders. Een lang touw waarvan het end uitgeplozen was hing in zee naast de balk buiten boord waarop men zat om z'n behoefte te doen. De uitgeplozen kwast diende het doel waarvoor we tegenwoordig toiletpapier gebruiken

Amfibische pendek, Door defensie verstrekte zwemkleding

Appe-ietoe in de Oost. Geen betekenis, gewoon een uitdrukking die gebezigd wordt als het gesprek even stil valt. (officieel apa itoe, niks loos)

Appe-ietoe wild geraas. Wat is dat voor een herrie.

Ik vind het apies. Ik vind het wel best zo. Officieel woord habis. (Maleis)

Arie. Flinke jongen

Annapolis, Anna Paulowna

Er zit averij op. Het is beschimmeld.

Baatje, matrozenhemd daarover ging de braniekraag.

Babi Pang Pang: Babi Pangang

Badmuts. Met badmuts wordt iemand aangesproken die een (bijna) kaal hoofd heeft.

bagger, iets is slecht

Balken: afgeleid van Maleis, Balik. Dit betekent omkeren. Wisselen van wachturen tijdens oorlogswacht

Bakkie: op rapport staan

Bakstafel, was de tafel in het cafetaria die geclaimd werd door een vaste groep.

Bak. Matrozen worden ingedeeld in een bak, een groep, een klas. Van bak zijn veel worden afgeleid zoals bijvoorbeeld baksgewijs, bakstafel, baksmeester.

Baksgewijs. Per bak, groep, klas aantreden voor appèl,

Bak- en stuurboord. Eten we vandaag bakboord of stuurboord?' Bakboord (linkerzijde) en Stuurboord (rechterzijde) worden ook wel met kleuren aangeduid, rood voor de eerste en groen voor de laatste. De vraag hierboven was vroeger een grap over de beperkte keuze in groenten aan boord: Rode kool of Boerenkool

Banjak: veel

Barang. Maleis voor kleding, plunje. Wordt ook gebruikt voor andere uitrustingsstukken.

Baroe. Nieuw. Splinterbaroe. Baroe- was ook benaming voor een net opgekomen militair zoals bij de landmacht 'oliebol'

Bekkie klamboe , Mondje dicht

Belanda: Maleis voor blanke

Beukenotensap. Hiermee wordt rode Vermout aangeduid.

Berakken. Maleis voor poep. Dit is verbasterd tot het werkwoord berakken (klemtoon op de eerste lettergreep leggen) – poepen.

Biefstuk van de hoef, taaie biefstuk, of een echt ondefineerbaar stuk vlees op je bord.

Bieslook, bijnaam voor een marinier. Groen van buiten, hol van binnen. Deze bijnaam is ontstaan toen de Koninklijke Luchtmacht vaker ging samenwerken met de mariniers. Zij kenden de standaard bijnamen uiteraard niet. (b.v. torren)

Bikken, schrapen, menieen: onderhoud buiten aan dek

Bintang. Maleis voor ster. Hiermee worden de medailles en onderscheidingen aangeduid.

blauwe hap, rijsttafel

Boca di Palu, antiliaanse benaming voor "Houten bek"

Boekoes. Maleis voor boek. Is verbasterd in het meervoud – boekoes. De boekoes maken het uit – De boeken (voorschriften) schrijven het voor.

boekoe pienter: handleiding

Boerennachtgast - Vrij van zeewacht, veelal logistiek

Boesoek. Maleis voor rot, bedorven. Een orang boesoek is een slecht mens, een rotzak.

Bolle kant. 'Met de bolle kant naar boven liggen' Een dutje nadat je je buik hebt volgegeten

Boordplaatser. Inwoner, binnenslaper. (zie ook walplaatser)

Bootsman met een platgeslagen pik, een sergeant MARVA

Bordeelsluipers. Sandalen of lichte schoenen met zachte zolen waarmee je onhoorbaar aan kunt komen lopen.

Braniekraag, de flap over het baatje bij de matrozen.

Bravo Zulu, Militair signaal: Goed gedaan! Wordt gegeven middels een vlaggensein.

Buber. Natte rijst

Burung Bébéng,Vogeltje wat te heet heeft gegeten en achteruit vliegt om d’r achterste te koelen.

BZ(Bravo Zulu): goed gedaan

Cafetaria (caf) Manschappenverblijf

Callsign. Roepletters in radioverkeer, ook wordt de naam van een persoon hiermee aangeduid.

Camporat .  Frequente bezoeker van Campo Alegre op Curaçao.

Caramelzalf, Tijdens het ontsmetten (na walbezoek) om je scrotum smeren als afweer tegen platjes

Chebokken: je billen schoonmaken met water. Vroeger had de KM ook flessen houders met water flessen op de toiletten

Chicago. De benaming voor Schagen. De marineman gebruikt voor enkele Nederlandse plaatsnamen Engelse/Maleise benamingen. Zoals Pendek City (Broek op Langedijk) en Sweet Lake City (Zoetermeer).Het Rembrandsplein wordt dan ook wel het Brake Fire Square genoemd.

Cinc homefleet: De vrouw thuis, die uiteindelijk alles bepaalt.

Commissarisje. Drankje van half jenever en half berenburger

Daags blauw. Het nette tenue, ook gezegd over aardappels met blauwe plekken, 'we eten weer aardappels in daags blauw'

Daar word je koud van in je kruistuig'. Daar word je niet goed van.

Dansschool, KIM (school voor marine-officieren)

Dappere dodo. Dat is de benaming voor iemand die nogal risicovolle dingen doet, zoals bijvoorbeeld inhalen als er een tegenligger aan komt

Delta Lima, Dikke Lul als je iets opgedragen wordt tegen je zin in.

Dek, het dek van een schip, maar ook de grond, in een marinekamp (marinierskamp) bijvoorbeeld.  Als je iets liet vallen viel het op het DEK

De wal op. Stappen.

dicht varen, iemand kunnen vertrouwen

Dieptebom, Met name in de Gouden Bal dronken ze graag een biertje met een jonkie, een KOPSTOOT. Maar als ze een beetje de hoogte kregen plonsden ze het gevulde borrelglaasje (de dieptebom) in hun bierglas en sloegen ze dit achterover.

Dienstfiets. Dienstbril.

Dieptebommen. Vleeskroketten

Djalang Kriskras - verbasterd Maleis - schaatsen

Djoeroemoedi: kwartiermeester. (maleis)

Doft: zitbank in een sloep. Ieder op zijn eigen doft, wil zeggen dat ieder zijn eigen plaats heeft.

Donderpen: Bliksemafleider op de kloot, d.i. de platte schijf op het uiterste puntje van de mast of steng.

Doormannen: Doorgeven; "Wil je dat ding even doormannen?"

Do's: Dagelijkse orders die werden opgehangen

Op de dot gaan, gemeenschap hebben.

Draadversperring: In Oost-Indië kreeg men als ontbijt rijst, waarbij een licht soort rotmok (haché). Het wordt gemaakt van mager vlees uit blik, dat met een uitje en reuzel plus veel sambal opgesudderd wordt. Het vlees, dat dan als dunne vezels uit elkaar valt, lijkt veel op draadjes. Zowel om deze draadjes als om de sambal, die het hele geval nogal heet (bedis) maakte, noemde men dit soort haché aan boord in Indië draadversperring. De vette, zwaar te verwerken haché in Nederland, de z.g. rotmok, wordt ook met rijst gegeten.

Driekwart van je lichaam en de rest is zuur! Weerwoord als je door iemand voor eikel wordt uitgemaakt.

Drijfijs: Snert met drijfijs. Stukjes, dobbelstenen, spek, die in de erwten­soep drijven.

Dubbele: SMJR

Dubbelstut: Twee stutpalen tijdens averij of twee mannen sex hebben met één vrouw. De een anaal en de andere vaginaal.

Eén uit:   korte rookpauze

Eikeltjeswater. Een ander woord voor witte Vermouth.

Einde bericht. Als iets het niet meer doet.

Het Ellenbogenboek, Daar stonden alle O.Off vanaf Kpl tot Adj. in,...... alle op datum en aanstelling  en anciënniteit,  en kon men precies zien wie gepasseerd was bv omdat die iets fout had gedaan of bv een bakkie of wat dan ook had gehad

Enak. Lekker

Epibreren,   Werd vaak gebezigd bij (zeer)slecht weer, dan was het epibreren voor de onderofficieren en lappenaaien voor de manschappen

E.P.P., effe pissen en dan plat  = ga nog even pissen en dan slapen.  
Als dit door je maten niet geaccepteerd werd, werd geantwoord met: E.T., ....en terug  ( dus je gaat maar niet plat)

ETBOL, estimated time back-on-line. Bij uitval van een apparaat of systeem, de geschatte tijd wanneer het weer werkt.

Facteur, was meestal een verbindelaar die voor de post zorgde en postzegels verkocht en de bakspost uitreikte

Far away looker. Steenkolenengels voor de verrekijker.

Feestverlichting. Gekleurde muisjes voor op het brood

Fietsenmaker - Filmoperator (n.a.v. Filmrollen op projector)

the First: naam voor de 1e officier

folieeren. Het nummeren van kledingsstukken, wat bij de marine gebruikelijk is.

Foto’s, littekens. Als iemand nogal opschept over iets dat hij heeft meegemaakt, krijgt hij te horen: Kun je dat bewijzen met foto’s of littekens.

Zet die muts op je FRED. Zet die muts op je hoofd. Ook wel: zet die muts op je ei.

Freggelgrot. Commandocentrale

Full contact tampat: Komt van de operationele dienst die oorlogswacht lopen( 7 uur op/ 5 uur af/ 5 uur op/ 7 uur af). Zo snel mogelijk je bed in om maximaal uren te slapen. Full contact komt van vechtsporten en tampat is bed in het Maleis (tampat tidur). Deze opmerking gebruiken ODOPS'en ook als een sportinstructeur zeurt of je wel genoeg sport, dan is je antwoord: jazeker, ik doe 2 maal per dag full compact tampat.

Gaat er maar naast liggen, als iemand wat aan dek laat vallen

Gakken. Zo veel mogelijk drinken en /of eten zo snel mogelijk.

Gebakken marinier. Corned beef uit blik, met sambal en tomatenketchup, als extra warme hap tijdens het avondeten opgediend.

Gegaloneerde struikrovers. De officieren

Gelderse spatschijf: Snack tijdens oorlogswacht in de commando-centrale

Gelijk werk maken. Afmaken waar je mee bezig bent. Wordt gevolgd door: handenschoon, dat is 5 min. voor vastwerken, wat einde werkzaamheden betekent.

Gemalen water: de douche

Gerrit. Naam voor een meeuw die op de geuzenstok kan zitten. Geef het maar aan Gerrit, gooi het maar overboord.

Gesticht. Zo wordt het KIM genoemd door adelborsten.

Geus: stervormig gerangschikte rood-wit-blauwe vlag op de boeg.

glas-in-lood, Preskop (broodbeleg)

Glazen slaan, op een scheepsklok cq -bel de uren van de wacht aangeven.

Gleufdier - meisje, vrouw

Gouden bal. De benaming van het onderofficiersverblijf.

Grafzerk, de telefoonboei op het achterschip van een onderzeeboot.

Grind met specie. Aardappelpuree met erwten

Gummi-nekken. Knikkenbollen

Guus, Bijnaam van een torpedomaker bij de onderzeedienst

Haal-op-gelijk. Hiermee wordt bij het roeien het tempo aangegeven. Wordt in de praktijk voornamelijk gebruikt om aan te geven dat het glas geleegd moet worden!

Habla, habla, pontjesbrug. Als iemand in het buitenland wordt aangesproken in een taal die hij niet verstaat zegt hij: Habla, habla, pontjesbrug. Dit is afgeleid van het in de Nederlandse Antillen gesproken Papiamento. De pontjesbrug is een bekende drijvende brug op Curacao.

Halfie - (Curacao) Rum/cola 1:1 i.p.v. 1:2

handenschoon. 5 minuten voor vastwerken.

Handspatoes: Handschoenen, zie 'spatoes'.

Hap snert: Een hap snert verwerken is een borrel drinken.

Harig. slecht. Het is harig weer.

Harpstijf. Stokstijf.

Hartkleppenvet: Mayonaise

Heilige dagen  - overgeslagen plekken (schoonschip/tjetten)

Herrieverdeelkast  - Stereo

Hijsoog. De krul in de galon van de adjudant of opper wordt een hijsoog genoemd.

Hobbelduif- werd voor alles gebruikt als je naam of woord niet wist. "Matroos Hobbelduif kom naar voren". "We eten uhhh hobbelduifjes met bonen"

Hoeren, sloeren, taxirijden. Nogal ruig gedrag op de wal tijdens het passagieren in een buitenlandse haven.

Hof van die ouwe: Hofmeester van de commandant.

hoge vaart. Op volle snelheid varen.

hoge vaart-schoenen. (hoge vaart spatoes)Hardloopschoenen.

Hollandse rijsttafel, of raasdonders, meestal op vrijdag, capucijners met uitgebakken spekjes,gebakken en rauwe uien zure uitjes en augurken met een speklap.

holsoppen, Douchen

Hotel Bravo, Houten bek hebben als je iets misloopt.

Houten bek – heb ik niets

houten jekker, doodskist

Hurkepissertje. Meisje

ijskip. Ijsklontjesmachine

Ik ga een tijdje op mijn rug staan: slapen

Ik ga m'n graf in: ik ga naar bed

Ikan kajoe splitpen: rolmops - Ikan=vis          kajou=hout      splitpen =stokje

IKEA, Brandhout handelaar.

In de pul fietsen!! Stond voor iets collegiaals doen, gevat zijn, een (leuke) streek uit halen.

inleggen, inrukken

inscheren, ingewerkt raken

In-uitrouleren.. In-uitboeken. (Administratieve handelingen bij een nieuwe plaatsing.

Inslingeren. Laten wennen

instuif, bezoek van burgers aan boord met daaraan gekoppeld een feestje

Irish Coffee: Zondagochtend koffie met slagroom bruine suiker en drank (whiskey Tia Maria)

IWAB, Ik Weet Alles Beter. Iemand die vreselijk eigenwijs is, dus.

Jamboe. Guave (vrucht)

Jan Janus Uitdeketting. Variant op Huppeldepup of Hobbelduif.

Janmaat, algemene benaming voor matroos, bemanningslid.

Jantje Kaas: Een tijd lang, (ontstaan tijdens de Belgische opstand) werd de marine met 'Jantje Kaas' aangeduid.

Jantje MP, Jantje MP, Door dames van plezier in Campo Alegre en door heel het kamp te horen waarschuwingskreet als MP in aantocht was om janmaten op te pakken toen bezoek aan Campo nog verboden was.

jekkers uit. vechtpartij

Jekko. Iets groots en dierlijks. Een grote vlieg ofzo, of een grote kat.Wordt gebruikt als vergrotende factor. Gaan als een jekko: Snel gaan.
De oorsprong is niet helemaal duidelijk, maar volgens overlevering uit de Oost was het de benaming voor een grote boskat. Sommigen zeggen afgeleid van gekko, of een verkorte benaming voor een jaguar. Wie het (echt) weet mag het zeggen.

Jonker: De adelborsten, tegenwoordig aspirant-officieren voor de marine, worden officieel als jonker aangesproken.

Jurassic Parc: gouden bal (althans in de jaren 90)

jutter, inwoner van Den Helder

kaairat, prostituee

Kaan - Schipper

op de Kababoes, full speed gaan . Het is afgeleid van het Maleis: Ke Baboes, oftewel Naar de vrouwen. Dit werd geroepen nadat een oefening/vaarperiode  weer was afgelopen. (Henk, bedankt)

Kabelgast: Matr1ODND die verantwoordelijk is voor het kabelgat

Kabouterbankstellensoep. Champignonsoep

Kajoe. Timmerman.

Kakken, je voeten

kakken te kort, zo snel mogelijk

Kale Boere, zaadcellen.

Kanaalkoorts, ziekte die zich openbaart als een schip bijna terug in Den Helder is na een lange reis. De symptomen zijn onder andere: Koortsachtig je smokkelwaar nalopen (kan de zwarte bende het vinden?) Al je vieze pendekken (zie pendek) bij elkaar rapen en je weekendtas vullen. (Sigaretten en drank onderop daar houdt de douane niet van.) Nog even snel de condooms uit je portemonnee verwijderen. Buitenlandse knoeten naar Majoor Muntje brengen. Symptomen kunnen zich al openbaren in de golf van Biskaje en kunnen aanhouden tot de Lange Jaap gepasseerd is.

Kanepieper . Kok

Kannibaliseren. Als een schip moet varen, maar er is een onderdeel stuk, bv een satellietschotel, dan wordt die van een zusterschip dat toch al tegen de kant ligt afgesloopt en overgezet. Komt uiteraard ook voor bij vliegend materieel.

Kapallakampong!. Betekent eigenlijk dorpsoudste, oftewel baas, maar hiermee wordt iemand voor sukkel uitgemaakt.

Kassian. Zielig

Kastbaas, de man die was aangesteld als beheerder van de gereedschappen, die tegen inlevering van een genummerde penning aan de stokers werden uitgeleend.

katje, salaris.

Keesje, leren zakje met zand en loden kogeltjes gevuld. Het keesje is verbonden aan een dunne lijn en wordt gebruikt om trossen af te geven .

Ketelaar. Je hebt pech. Alles is op. Kijk op de Ketelaars-homepage voor een betere uitleg

KID. Geruchten, roddels, de kombuis wordt vaak als bron van geruchten en roddels aangewezen, ook wel de KID, Kombuis Inlichtingen Dienst

Het is Kilo. het is k..(vervelend)

KIM. Koninkijk Instituut voor Marine.

Kippekakken. Kippepoten

Kippetje: meisje

Je klakken. Je blote voeten. (Maleis)

Klep. Een landingsvaartuig van het Korps Mariniers, dat heeft aan de voorkant een klep om mariniers en voertuigen op land af te zetten

kloten bikken, jezelf wassen

Kloten van de bok, Waardeloos

Een klus als een weggooiflesje, lelijke harses

Knijpkut, bijnaam voor de bottelier

Knikken en Knakken. Lichamelijke oefening onder leiding van sportinstructeur

Knippen en scheren.  Functioneringsgesprek.

Knoek, In de Knoek: Ergens ver weg vandaan komen uit een achter gebleven gebied.

Knoekeboer: Iemand die daar vandaan komt .  Hij is een knoekeboer.  Hij komt uit de knoek.   We gaan de knoek in.  Stelletje knoekeboeren.

Knoeten. buitenlands muntgeld

komaliewant, servies

kombuispraat, geruchten

Kontol sapi, Boerenlul. Je bent een “Kontol Sapi” als je iets stom’s heb uitgehaald.

Kop als een decompressietank. Hij/zij is lelijk.

Kopstoot, biertje met een jonkie.

Korp. Korporaal

Koude snavel of snuffel. Een lekker koud flesje bier.

Kouwe Boel, stokers die vrijgesteld waren van zeewacht aan omdat ze een specialistische taak hadden zoals; de draaier, koelmonteur, lasser en de kastbaas.

Kristallen-bolgehalte. Visie (Eigenlijk koffiedikkijken)

Ktz Suurenbroek, werd zeer informeel wel eens aangeduid als Pendek Atjar

De kurkenzak zijn, De klos zijn

KuKo: Kut Korp

me K*t wassen. Douchen. (Wordt gewoon door mannen gebruikt)

lababber, een klets, ook krachtterm.

Lappen: Bij elkaar lappen, bijeen brengen, geldverzamelen.

Lappen en naaien: Huishoudelijke dienst, een verloren achtermiddag, waarop de schepelingen gelegenheid krijgen om hun plunjezak na te zien en het lijfgoed te verstellen, te nummeren (folieeren) of hun sokken te stoppen.

(Vaste) Leerling van de wacht- matroos die als een wacht/portier in de haven aan de valreep stond.

lees voor kip: konijn, een andere oplossing.

Legkleedje: Dit moet zijn ligkleedje, want het is een kleedje om op te liggen, te slapen, zijn middagtukje te doen. Men noemt het ook wel eens een tikkertje, afgeleid van maleis: tikar - slaapmatje.

Leguaan: (niet te verwarren met een hagedis). Is een stootkussen. Men heeft ze van gevlochten touw, al of niet met leer bekleed, in het midden dik en aan beide einden dun uitloopend. De leguaan wordt gewoonlijk rond de neus - de voorkant - van een vlet bevestigd.

Lek. Naar het lek luisteren. Slapen met een oor op je kussen alsof je ergens naar ligt te luisteren

Lekko. Uit het engels let go, dus: laat los.

pul Lem, Aangemaakte siroop bij de maaltijden als het warm was. (Ook wel: Tang)

Leuning. Koosnaampje voor je derde been. Boerenkool of zuurkool met leuning.

Liat kembalie: spiegel - Liat= kijken     kembalie=terug

Lik me de maas. komt uit het Duits. Ter info - de uitdrukking is leck mich am arsch en komt uit de regio die aan Zuid-Limburg grenst, waar het overigens ook veel gebruikt wordt. Het betekent dus lik me reet.

Limey. Engelsman

Limlander. Een ander woord voor een Limburger. Ook wel Limbo of Limbabwaan.

Loempoer . Homo.

Longroom: Is het verblijf voor de officieren.

Loopzakje: Is een kleine zeildoekse zak, waarin de lopende zaken, zooals handdoek, naaizakje, schoenpoetsgereedschap e.d. worden opgeborgen. Meestal echter wordt het opgevuld om als hoofdkussen te gebruiken voor het middagtukje.

Louak. Grote kat. Wordt gebruikt voor elk groot beest, b.v. een grote spin.

Los-vaste goederen: Zijn de delen van het schip, die in tijd van actie buitenboord gebracht of overboord gezet moeten worden.

Lubmaatje: Die ga ik  effe naaien. Ik zal jou lubben,  jou naaien/terug pakken. Ik ben gelubt, Ik ben genaaid.

Luchtverdeelkast: Accordeon

Luiemanshandgreep: Heeft niets met lui, doch wel en vooral met handgreep te maken. Het zijn stalen geleiders of grepen langs de dekhutten, om zich bij een slingerend schip te kunnen vasthouden.

Lulijzer: Microfoon

Lultalie. telefoon

LVT-tje, LVT=Leuk voor thuis, dus iets van de baas wat je thuis goed kunt gebruiken.

Maagpatient. Als iemand een (nogal harde) boer laat, verontschuldigt hij zich met de woorden: Sorry, ik ben maagpatient, het briefje van de dokter heb ik in mijn zak.

Majoor muntje. Kassier

Makan. Maleis voor eten. Slamat makan betekent eet smakelijk.
Makan is eten, dapur is keuken en mek mek is N. .  ken

mandieen, douchen

Man overboord. Wordt ook gebruikt als je op het gras loopt ipv op het pad, vooral op marinierskazernes.

Marinier. 'Daar valt een marinier op dek' Dat wordt gezegd als er een luide knal te horen is maar niet duidelijk is waar het vandaan komt

Marinier, gebakken. Moeilijk definieerbaar vleesgerecht (smac met uien en sambal)

Mataklap, Gestoord

Wie de mata kambing past, adoe hij neuken de geit..... denk dat wenig mensen dat nog weten wat een geiten oog is....

Mata sapi, spiegelei bij de nasi goreng. Eigenlijk werd hiermee bedoeld een kwakkie wat op je buik  belandde na het masturberen in je kooi

Met geweld naai je een ezel. Met geweld lukt alles.

Met je klus aan dek, ergens versteld van staan

Mickey mouse. Oorbeschermer (bij het schieten)

Midscheeps.. Hij moet in het midden.'

Model. Volgens de voorschriften

Model plat gaan: tijdens middagrust of bij voorsnurken tussen de lakens slapen

Moeder Overste, Bevelvoerende Marva officier

moot zeven, een schip is verdeeld in zes moten, dus moot zeven is: overboord, of in de prullenbak.

Morse Seinen: Doppertjes en worteltjes als menu

Muf. Bezopen.

Muggen! Maak dat je weg komt!

naar de vaantjes gaan, naar de knoppen gaan.

Nada - nul, niks

Nasi Belazer. Gebakken gort

Nato gestrekt. Model in je bed liggen.

Negerzaad, Chocoladehagel

Nieuwe Diep, andere naam voor Den Helder

Niks loos in de Oost. Niets aan de hand.

Nukubu, benaming voor een burger (NUtteloze K** BUrger, of nuttige kundige burger).

OC ZV, Oudste Categorie Zonder Vooruitzichten.

Oepetjoep. Als een marineschip een haven binnenloopt, dan wordt er een biertje gedronken. De techneuten noemen dat dan oepetjoep.

Oetjang, regen (maleis).

Oetjang kapok, sneeuw.

Oetjang kapok auw, hagel.

Om de kaap gaan.. Omlopen.

Ontsmetten, Na het platgaan bij terugkeer aan boord verplicht bezoek aan ziekenboeg

De Oost. Indonesie.

OO van pol. Dienstdoende Militaire Politie.

Operatie dood vogeltje. Naar bed gaan

Operatie stofwolk.. Zodra het fluitje van de chef d'equipage klinkt met vastwerken (einde werkzaamheden), zo snel mogelijk de kazernepoort uit of de valreep af om naar huis te gaan.

Oplopers. Bezoekers.

opgepast, komaliewant. let op het servies, b.v. als het schip gaat draaien

opzouten, ophoepelen

Op dek pleuren, omvallen

Orang binatang: slecht mens - Orang=mens   binatang=slecht

Oranjerats. Hutspot

Ouwe: Commandant van een schip

overal, ochtendappèl, of kom je nest uit!

Paai, vader. (zie ook: zeevader). Paai- ook 'blokkenpaai' op Karel Doorman. Plaatste en verwijderde blokken voor de wielen van de vliegtuigen. 'Paai schijthuis' - matroos belast met het schoonhouden van toiletten.

Paaltje pikken: Met de kop in de golven

Palen. Netjes gezegd, gemeenschap hebben.

Palen laden , werd gebruikt als de bemanning met weekend ging. (Palen is gemeenschap hebben)

Aan je palen trekken, er tussen uit knijpen

Paleto, lange lakense jas van onderofficieren.

Panas. Maleis voor heet, in de betekenis van hoge temperatuur. Het is hier behoorlijk panas; het is hier behoorlijk heet.

'Hij die het lef heeft om... zal worden gestraft met het dragen van een paraplu-anker op de rechterschouder en het slapen naast een zure marva'. Waarschuwing om iets toch maar niet te doen.

Pantat. Kont. Eigenlijk kippekont. (Als je die opeet blijf je dom, werd er vroeger altijd beweerd)

Parade commandant: opdraven bij de commandant als men iets had gedaan wat niet door de beugel kon

Passagieren. Gaan stappen. De wal op gaan. Blind passagieren is illegaal, stiekem de wal op gaan.

Passagieren aan de waslijn, passagieren onder geleide (excursies).

Pedis. Maleis voor heet in de betekenis van scherp gekruid. Nasi pedis.

Peeping Tom, het schip beperkt openstellen voor het publiek. (Tijdens de marinedagen bijvoorbeeld)

Pendek. Onderbroek.

Pendek City. Broek op langedijk.

Peukie, werd gebruikt als benaming voor het (in de regel) jongste bemanningslid

Peren. Zuipen.

Peukeninspectie, Controle op geslachtziekte, vooral op druiper en platjes.

Uitleg van een voormalig ziekenpaai:
Maandelijks moesten we de manschappen controleren op eventuele geslachtsziekten.
Gezeten op een stoel trok een lange rij kerels aan onze neuzen voorbij die een voor een hun geslacht moesten tonen.
Deze inspectie werd "Lullenparade" genoemd (Peukeninspectie).
 
Iemand die terugkeerde aan boord na een bezoek aan een prostituee, moest zich laten ontsmetten.
1. Wateren met krachtige straal
2. wassen van knie tot navel
3. spuit protargol in de pisbuis
4. insmeren met Calomelzalf (niet caramel)
5. Naam, datum en tijd werden genoteerd in het "Schoftenboek.

 

Piepslag. 'Een piepslag maken' en dutje doen (slapen bij de Marine)

Piet, de pijpers van de kapel worden allemaal Piet genoemd. (Tamboers heten Thijs).

Pijjekker: Dikke lange jas

Pijpleiding opzoeken, zich orienteren, inwerken.

pikheet, koffietijd

Pintoe. Deur.

Pintracen, Als minderjarige die voor 24.00 uur binnen moest zijn, op illegale wijze, zonder dat je langs de wacht ging, via een opening in een hek, de kazerne verlaten. Op marinebasis Parera op Curacao  was bij het Gouden Bal een puike ontsnappingsroute.

Pisbakkenstaal. Dit is de benaming van roestvrij staal, waarvan aan boord de plasgoten, urinoirs en toiletpotten zijn vervaardigd.

Plakkaas: Briefgeld

Platgaan, Een wipje maken, maar ook slapen gaan.

Platjes, schaamluis.

Platkakken. Platvoeten

Aan je platpalen trekken. Er vandoor gaan.

Platte pisser - vrouw/vagina

Plattenvanger, (platjes = schaamluis) Ziekenverpleger

Pompoesjes. Gymschoentjes

Porcelijnen stuur. Wc-pot

Poeroet. Chocolademelk

Poort rechts: Naar de stad toe.

Porren. Wekken.

Porlijst. Als je daar op stond werd je door de wacht gewekt.

Portugese viezerik, Dit was aan boord van de jager 'Overijsel’  in de jaren ‘76 een drankje, de Portugese viezerik. Dat was vermout met jonge of cognac of rosewijn met jonge of cognac. Want alleen rose of vermouth was natuurlijk geen drank voor de JANMATEN, de matrozen. Misschien dat oude maten van de Overijsel zich deze Portugese viezerik nog kunnen herinneren.

Potdeksel - rand scheepsdek

Pottongen, culinaire koks/hof/bott term voor ff in stukkies snijden 

Praaien, omroepen

Praaiijzer: Microfoon scheepsomroep

Dat moet je praaien:  Dat moet jij zeggen

Prairieherrie - Countrymuziek

Printa's. Orders.

Prik, Stroom

Protargol, ( weet niet of dit de juiste schrijfwijze is): vloeistof die je bij het ontsmetten in je pisbuis diende te deponeren en na 1 minuut er weer uit moest laten lopen.

Pul: (vetpul), de machinekamer of ketelruim.

Pulau Kapok, Je bed opzoeken.

Punten en strepen. Wortelen en doperwten. (Komt uit de verbindelarenhoek)

vis met "punten en strepen", Altijd op vrijdagmiddag: Vis met worteltjes en doperwtjes.

Raasdonders, of hollandse rijsttafel, meestal op vrijdag, capucijners met uitgebakken spekjes,gebakken en rauwe uien zure uitjes en augurken met een speklap.

Radja bamboe. Een radja is een heerser in het Maleis. Radja bamboe wordt gebruikt voor iemand die nogal pienter is en de leiding heeft over bepaalde werkzaamheden.

Rammelen in mijn tuig. Ik sta te rammelen in mijn tuig van de honger. Ik sta te bibberen van de honger.

Rampokken. Stelen.

Reetketelsteen, aambeien.

Rempengbal: die gehaktballetjes bij de blauwe hap

Roerijzer. De benaming voor een koffielepel. Deze benaming is blijven bestaan, ook nadat de plastic roerstaafjes hun intrede hebben gedaan.

Romeo Delta. De afkorting voor regel dat. Opdracht om iets te regelen. Er moeten nog mensen worden aangewezen om piepers te jassen. Nou, ik zou zo zeggen Romeo Delta.

De rond, s'avonds om negen uur werd een ronde over schip of instelling gemaakt door de officier vd wacht iemand van het wachtsvolk met olielantaarn en de provoost.Tegen iedereen die ze tegen kwamen werd rond geroepen,die maakte halt en front. om die tijd werden alle aktiviteiten gestopt, toko gesloten.

Rotmok. Hache, ragout

In rotten van 4 , onder een rot wordt verstaan: een aantal militairen die op een rij achter elkaar staan. In rotten van 4 betekent dus: 4 rijen naast elkaar. Deze uitdrukking is dus krijgsmacht-breed te gebruiken. (ingez. door Lieko Helmus, met dank).

Ruggen. Op bed gaan liggen, gaan slapen

Sailpast, aankomende en vertrekkende schepen groeten elkaar door vlak langs elkaar te varen, versierd en wel.

Saja. Dit is het Maleise woord voor ik.

SKB’er, Stomme Kut Burger ( Rijkswerf Burgerpersoneel)

scharrig, armoedig

Scheepstijd. Werktijd, de tijd dat je moet werken

Scheermesjes. Kleine groene pepers, ook wel 'snijbonen' genoemd

Scheurenschip, De Schorpioen, waarop in mijn tijd de Marva's gehuisvest waren.

Schiet mij maar lek, als je iets nieuws hoorde of iets wat je niet geloofde. Ook wanneer iets niet lukte werd het gebruikt.

schoenzolenleer, gebraden gehaktschijven

schoon schippen, schoonmaken

Singdek, als alle pendekken in de was zaten werd het singletje met een veiligheidsspeld in het kruis vast gemaakt , combinatie pendek singlet.

Sjankermonteur, ziekenpa

Slecht gesjorde plunjebaal, dikke vrouw in te krappe kleding

Sloep naar de wal. Taxi naar de stad.

Sluittoestand, het open of gesloten zijn van de diverse luiken. Gemerkt met X, Y of Z.

Sluittoestand telor, sluittoestand ei.

Snavelen. Eten.

soeratje: krabbeltje op papier.

Soppen. Douchen

Spatoe. Maleis voor schoen, De baas schoenmaker wordt met spatoe aangesproken. Van een persoon met een heel donkere huidskleur wordt gezegd: Hij is zo zwart als mij spatoes.

Spen, Hulp van de hofmeesters, Maleis: sêpen verkort uit tukang sêpen  `baas van de provisiekast'.

Sportwitje. Wit T-shirt waarvan de mouwen en de nek met blauwe rand zijn afgezet.

Spreeuwen schieten. Losse eindjes wegwerken.(een spreeuw is een overbodig loshangend eindje touw)

Stekkerbek of vonkentrekker, iemand bij de technische dienst elektrotechniek

Stip: AOO (Landmachtterm, waar de uitmonstering van de adjudant daadwerkelijk een stip is)

Stoker: iemand die voor de technische dienst werkt, werktuigbouw.

Storno. Soort walkie-talkie. (Merknaam)

Strootje roken: shag of sigaretten  roken

Stuifkoe: poedermelk

Stuurboordskak. Rechtervoet.

Super kort blauw. Dit is de benaming voor de zwembroek. In tegenstelling tot daags blauw, het daagse uniform.

Surfen: Met een of meerdere personen op een plank staan die op de wc-pot ligt die verstopt zit en dan door spoelen

Suzie pul: vuilnisbak

Sweepen! Wegwezen!

Sweet lake city. Steenkolenengels voor Zoetermeer.

Taaiaap.  Homo.

Taai, of zak taai . Platweg: zak stront. Taai- ook 'van de taai zijn' homo zijn.

takenboeker, matroos, die voor een bevordering naar matroos 1e klas bepaalde dingen moet beheersen.

Tampatje. Bed(je) ook wel Kooi of Rek genoemd , of hangmat.

Tamp (tampeloeres) mannelijk geslachtsdeel.

Tang: Aangemaakte siroop bij de maaltijden als het warm was. (Beter bekend als Lem)

Technicolor, Gekleurde hagel

Telor. Ei (maleis)

Telor Lihat Kembali, spiegelei.

Tempo doeloe, (Maleis) rustig aan, vergeet het, iets van het verleden.

telor mata sappi,Gebakken ei. (ei als een koeienoog)

tenue juliet, jekker

tenue romeo, regenjas

Thijs, naam van een tamboer (pijpers heten allemaal Piet).

Tidi addah, .Niks aan de hand

Tidoeren. Slapen.

Tik of vonkentrekker, radiotelegrafist

Tjampoeren. Uit het maleis: roeren van koffie b.v.

tjetten, schilderen

Toebloks zitten, Er niet uitkomen

Toelus, Schrijver

Toetoep moeloet. Hoe je het schrijft weet ik niet. Betekenis. Houd je mond. (maleis).

Toetoep telor, sluittoestand Y. Zie ook : sluittoestand.

Toko. Verkoopplaats van bier en andere lekkere dingen.

Hij heeft een kop als een Tokeh. Hij is behoorlijk lelijk. Een tokeh is een soort hagedis (Gekko-achtige).

Tor. Marinier. (volgens marine-personeel, zie ook vlootje).

Torpedistenbloed. koffie zonder melk, voor de wachtlopers

Touwtje, Electriciteitsdraad

Truus. Vroegere benaming voor ziekenpa (zie daar) (Inzender: Ary de Jong)

Tupperware vloot. Benaming voor de mijnenjagers van de Alkmaar-klasse die van kunststof zijn gemaakt.

Turk , Takenboer UitRoei Knuppel. Stuk hout, waarmee een takenboeker om de haren geslagen kan worden als hij/zij weer eens iets fout gedaan heeft.

Udang. Garnalen

Uiensnijder. Zo worden helicopters genoemd. Zit je net op het dek een strootje te roken, komt die stomme uiensnijder weer oplanden en moet je weer weg.

Uitkijk postboei!, een verse baal op de boeg laten staan en uit laten kijken naar een postzak.

Uitknijp hoekie. Een plek waar je, je onttrekt aan de werkzaamheden.

Uitplokken. Geestelijk en lichamelijk afwezig zijn door slaap of vermoeidheid, maar meestal door drank. "Halverwege de avond plokte hij uit".

Us, U/S. Dit is unserviceable. dus kapot.

Vaste walplaatser, werd je als je dood en begraven was

Vastwerken. Einde werkzaamheden.

VBZ Korrels, gekleurde hagelslag

Verbindelaar. Iemand die tewerkgesteld is bij de verbindingsdienst wordt een verbindelaar genoemd.

Verlichte zeewachtlamp, Als een schip voor anker ligt kan er verlichte zeewacht worden gelopen.
Verse balen (Nieuw personeel) werden weggestuurd om de lamp te halen.

Vernaggelen. Stukmaken, komt van vernagelen van het geschut (van Speijk)

Verse baal, nieuw bemanningslid. Door de vaste bemanning werd altijd geroepen: "Verse balen koffie halen".

Vette lappen - dekens,  "kom tussen die vette lappen vandaan" -sta op.

Vierkant werk maken: Het werk dusdanig afronden, zodat je er morgen weer mee verder kan

Vijfschaft. Gerecht van lamsvlees

Vlag Bravo in top: Ongesteld zijn

Vlam. Vloot Aalmoezenier

vlar, krachtterm.

Vlootje, vlootbaal. Marineman, volgens mariniers (zie ook tor).

Vlop. Vloot Predikant

Vlora. Vloot Raadsman

Vonkentrekker, iemand bij de technische dienst elektrotechniek

Voorgaats gaan, Erbij zijn

iets voorgaats halen, tevoorschijn halen.

het voorschip ontluchten, urineren

Vreetsteentjes. Tanden.

Vrije pruik: vrij van wacht

Waar gaan we heen? Naar wiejewaaie waar de honden met gatten blaffen.

Wadijk. Kleefrijst met suiker

walplaatser. Uitwonend, thuis-slapend. (zie ook: boordplaatser)

Wappen. Wennen Aan Pensioen. Het is de gewoonte bij de marine om je in het laatste jaar, voor je leeftijdsontslag, niet meer in te spannen en geen nieuwe projecten e.d. meer aan te pakken.

5 Meter waterlijn halen, Als Verse baal werd je het kamp rond gestuurd door de baksmeester. Je begon je bij de provoost en eindigde bij de commandant....En die schold je de "tandjes'.....terwijl hij allang was ingeseind.

Wat eten we vandaag? Husse met je neus ertussen.

Wat eten we vandaag? Poep van de makke beer.

Die is met weekend, die is dood

Werviaan - Medewerker Rijkswerf

De West. De Antillen.

Whalegang. Lange gang die van voor tot achter door het schip loopt.

Witje - bewijs dat je een auto van de baas mag rijden

zachte plank. 'Een zachte plank opzoeken'. Een (middag)dutje gaan doen op het dek

Zakjenaai. Naaisetje, naaizakje. In in de bestelfolder staat hij omschreven als 'zakje, naai'. Vandaar.

'Ze kijkt als een haring die wegens flikkerderij van de doggersbank is geschopt'. Ze kijkt niet vrolijk

Zeeschade. Schade door ruwe zeegang, in de praktijk: als iets per ongeluk stuk wordt gemaakt, wordt dat toegeschreven aan zeeschade.

Zeeuwse rijsttafel. Rijst met bruine bonen, kaantjes en zuur

Zeevader. Een nieuw aan boord geplaatste, meestal jonge, matroos kreeg een zeevader toegewezen. Meestal een oudere matroos eerste klas die hem de eerste tijd aan boord onder zijn hoede nam en hem wegwijs maakte op het schip. Tegenwoordig zijn er ook zeemoeders.

Zeil. 'Onder zeil gaan' Gaan slapen, Deze uitdrukking komt uit de zeiltijd, toen sliep je vaak onder een zeil om warm te blijven

Zeuntje, jongste. Zeuntje - ook keukenhulp, afwassen, schoonhouden e.d.

Ziekenpa. Ziekenverpleger aan boord

Zinksnijder, Grote neus

Zondagssop.Lekker ruikende shampoo die je alleen op zondag gebruikt.

Zuiger: Hij kreeg flink op zijn zuiger. Op je Donder krijgen

Zuur: Hij is zuur. Hij zal er nog wat van te horen krijgen. Ook: iemand die een geslachtsziekte heeft

Zo zwart als je veldschoenen, behoorlijk donker van kleur

Zwart licht. Duisternis. Uitval van de elektrische installatie aan boord, waardoor natuurlijk ook alle lichten uitvallen.